Icoon handicap

Was ik maar een bejaarde allochtone handelaar met een handicap

Eerder deze week had ik even een korte maar interessante twitterdiscussie over de structuur die je gebruikt om informatie aan te bieden aan burgers. Ik doe aan overheidscommunicatie, dus of de parallel ook vanuit een bedrijf voor klanten geldt, laat ik graag aan anderen over. Eén van de structuren die werd aanbevolen, is die van de levensloop. Mijn digitale gesprekspartner vermeldde groepen als kinderen, jongeren, ouders, senioren … Nu heb ik die structuuroefening al wel een paar keer achter de rug, en ik moet zeggen. Ik geloof niet in doelgroepen. De twitterdiscussie hierover is voor mij de aanleiding om eens uit te schrijven waarom niet.

Niet alle content is te koppelen aan een doelgroep

Voor sommige inhoud is een doelgroepkoppeling evident. Zo zet je informatie over pensioen niet bij de doelgroep “jongeren” maar bij “senioren”. Daar hoort dan weer geen info over kinderopvang thuis. Maar waar zet je die dan? Maak je een doelgroep “twintigers” of eerder “twintigers en dertigers”. In welke doelgroepen zet je dan informatie over een product als de Gft-container? Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan, maar je begrijpt waar ik naartoe wil.

Niet iedereen behoort tot een doelgroep

Net zoals er evidente doelgroepinformatie is, zijn er evidente doelgroepen. Voor personen met een handicap zijn er tal van gerichte diensten en producten. Het gaat om dingen als zorgdiensten, premies en tegemoetkomingen of apparatuur. Ook voor handelaren zijn die er. Al gaat het daar ook vaak om gerichte belastingen en regelgeving, toch is het goed om een vlotte toegang tot de informatie te hebben. Voor bejaarden zijn er thuiszorgdiensten, pensioeninfo, serviceflats, informatie over gezondheid enz. Mensen van vreemde komaf worden verwezen naar inburgeringscursussen, vreemdelingenwetgeving, informatie over de validering van diploma’s en soms zelfs een gericht cultureel aanbod.

Nu ben ik zelf een autochtone man, ambtenaar en 48 jaar. Ik ben voor zover ik weet gezond. Daar kan ik best mee leven, maar de doelgroepen zie ik wel vlotjes aan mijn neus voorbijgaan. Ik hoop dat er voor mij toch nog informatie is? Binnen een jaar of twee mag ik de doelgroep 50+ vervoegen. Al doet dat idee alleen al mij de tanden uit de mond vallen. Ik ga dan moeten gereactiveerd worden.

Hoeveel hokjes kun je aan

Hier komt de titel van pas. Als ik een allochtone bejaarde handelaar was met een handicap, had ik toegang tot informatie voor vier doelgroepen. Die man wordt goed geholpen. Maar dan hoop ik eigenlijk dat hij nog weet in welk hokje hij op een bepaald moment moet gaan zoeken. Als hij te enthousiast integreert, is hij meteen ook een kwart van zijn toegang tot informatie kwijt. Ik vind het persoonlijk niet netjes om mensen in hokjes te plaatsen. Het past nooit echt.

Bekijk het eens met andere schoenen aan

Mensen denken niet in doelgroepen. Kijk eens naar jezelf en naar je relatie met de overheid. Als burger maak je zelf groepen. De gemeente zit in de groep “overheden”, de Colruyt in de groep “supermarkten”, de Scouts in de groep “jeugdbeweging” enz.

Burgers willen maar één ding

Geen enkele burger leest je publicaties of je website voor een update van de informatie die voor zijn doelgroep van tel wordt geacht. Ze willen maar één ding: weten wanneer de bibliotheek open is, of ze in aanmerking komen voor een studiebeurs, wanneer hun belastingaangifte moet binnen zijn. Probeer die drie dingen maar eens in een doelgroep onder te brengen op een manier dat die voor de burger snel te vinden is. Een taakgerichte structuur sluit aan op de logica die burgers hanteren wanneer ze informatie zoeken. Om te verhuizen, om belastingen te betalen, om een subsidie te krijgen…

Of ik nu een gezonde autochtone man van 48 ben of een bejaarde allochtone handelaar met een handicap, als ik wil verhuizen vind ik snel de informatie die ik zoek. Meer moet dat toch niet zijn.

Andere oplossingen liggen in een betere vindbaarheid van informatie door toepassing van SEO-technieken, door het gebruik van RDF of door een intelligente omgang met data zoals  beschreven in “Wat een overheid kan leren van Colruyt

Geplaatst in Informatie, Website en getagd met , , .

5 reacties

  1. Digitaal heb je 100% gelijk en daar gaat deze blog wellicht over, offline geldt dit niet. Overheidscommunicatie is per definitie een communicatiemix maar dat hoef ik jou natuurlijk niet uit te leggen;-).

    • Ik refereer niet naar de communicatiemix, ook niet naar online of offline kanalen. Het gaat vooral om de structuur waarin je informatie aanbiedt. Ik denk dat je in drukwerk ook dezelfde principes kunt hanteren. Zo is een folder ook best taakgericht. Bv. “Je woning isoleren” en niet “Informatie voor eigenaars van woningen”.

  2. Af en toe ben je blij als je dag begint met een goed geschreven stuk en vooral met een nuttige mening erin. Jammer dat er niet meer van dit te vinden is. En de allochtoon zal ook blij zijn dat hij eens als een gewoon mens wordt gezien. Als nu ook nog eens iedereen dezelfde eenvoudige taal zou hanteren als jij in dit stuk, dan komt het allemaal nog goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *